![Wijven zijn crapuleuze serpenten. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat en als het moet desnoods ook in het midden van de nacht doen ze niks anders dan in volle toerekeningsvatbaarheid kuren uithalen om venten volslagen hoorndol en ziekelijk hitsig te maken en dus lopen ze rond met kilo’s schmink en andere dwaze prullen om hun vel te maskeren en paraderen ze in frullekes van kleren waar ge de spleet van hun bruine tetten in kunt zien terwijl ze boven op hun een criminele zonnebril in hun haar hebben gestoken, ook als ‘t regent of als ‘t donker is.
Arthur Van Hooylandt is derdegeneratie foorkramer en heeft wat op zijn lever liggen, en niet alleen drank. In Suikerspin voert Erik Vlaminck vier generaties Van Hooylandt op, allemaal met hun eigen besoignes, hun eigen stijl, hun eigen geheimen. We volgen de kermisfamilie doorheen een veranderende wereld, van de 19de-eeuwse fenomenenbarak tot vandaag.
De klein mannen van tegenwoordig zijn zelfs niet meer content als ze de floche kunnen trekken […] Alle fantasie is finaal naar de kloten. En alle geluk erbij.
En als een rode draad doorheen dit alles lopen een Siamese tweeling, een Hollandse pothoer en een ietwat snullige schrijversfiguur.
Vlaams, vlot en boeiend. Een aanrader!
—-
Erik Vlaminck (2008), Suikerspin.](http://25.media.tumblr.com/tumblr_lrcqdj051F1qi6fu6o1_250.jpg)
Wijven zijn crapuleuze serpenten. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat en als het moet desnoods ook in het midden van de nacht doen ze niks anders dan in volle toerekeningsvatbaarheid kuren uithalen om venten volslagen hoorndol en ziekelijk hitsig te maken en dus lopen ze rond met kilo’s schmink en andere dwaze prullen om hun vel te maskeren en paraderen ze in frullekes van kleren waar ge de spleet van hun bruine tetten in kunt zien terwijl ze boven op hun een criminele zonnebril in hun haar hebben gestoken, ook als ‘t regent of als ‘t donker is.
Arthur Van Hooylandt is derdegeneratie foorkramer en heeft wat op zijn lever liggen, en niet alleen drank. In Suikerspin voert Erik Vlaminck vier generaties Van Hooylandt op, allemaal met hun eigen besoignes, hun eigen stijl, hun eigen geheimen. We volgen de kermisfamilie doorheen een veranderende wereld, van de 19de-eeuwse fenomenenbarak tot vandaag.
De klein mannen van tegenwoordig zijn zelfs niet meer content als ze de floche kunnen trekken […] Alle fantasie is finaal naar de kloten. En alle geluk erbij.
En als een rode draad doorheen dit alles lopen een Siamese tweeling, een Hollandse pothoer en een ietwat snullige schrijversfiguur.
Vlaams, vlot en boeiend. Een aanrader!
—-
Erik Vlaminck (2008), Suikerspin.