
Als ik opstond, was ik meteen van kop tot teen vervuld van woede tegen een lichaam dat me zo weinig uren van slaap had gegund waarin ik mijn woede een beetje had kunnen vergeten. Wanneer ik daarna de krant las, braakte ik mijn ontbijt uit van woede jegens een maatschappij waarvan ik maar niet kon begrijpen dat ze niet minstens al een decennium geleden onder haar eigen stompzinnigheid en pietluttigheid was ingestort. Iets hield haar staande. Maar wat? Wat? Dat was ongetwijfeld de vraag van de eeuw. Wie het antwoord wist, had een toekomst. Misschien was het allemaal maar schijn. Misschien was ze wel degelijk allang ingestort, deze maatschappij, en stond het alleen nog niet in de krant.
Yves Petry (2010), De maagd Marino.
Een raar boekje, een ideeënroman over literatuur en seks, over vlees en woord, over kannibalisme en over de bodemloze eenzaamheid, over woede en overgave…
veel mooie zinnen over lelijke dingen.
